Meeliften

Drie kandidaten staan op een eigen verdieping om vragen te stellen. De anderen komen bij hen langs in een continu bewegende lift.

De opdracht

Rik komt uit een instap-lift in een groot kantoorgebouw gestapt en kondigt aan dat hij de algemene ontwikkeling van de kandidaten wil testen. De groep wordt in tweeën gesplitst. De ene groep krijgt een vragenlijst, stelt die vragen en noteert de antwoorden. De andere groep geeft de antwoorden. Elk goed antwoord is 5 euro waard en het goed beantwoorden van een complete vraag levert 50 euro op. Ze krijgen twintig minuten de tijd.

Als penningmeester moet Splinter de groepen maken. Hij wil zelf met Rocky en Lakshmi vragen stellen en de overage vier gaan in de lift vragen beantwoorden. In totaal is er 2250 euro te verdienen (drie vragenstellers die elk vijftien vragen hebben).

Rocky staat met haar vragen op de eerste verdieping. Zij begint met de vragen die de minste antwoorden nodig hebben. De anderen lijken een soortgelijke strategie te volgen. Tijdens de opdracht wordt de boel nog verwarrender zodra er ook onbekende mensen in de lift blijken te staan. Uiteindelijk komt de score op 1145 euro dus de pot stijgt naar 7295 euro.

Rocky:

  • Joshua: Drie landen die beginnen met een D (2 van 3)
  • Charlotte: Drie dierentuin-dieren die beginnen met een L (3 van 3)
  • Charlotte: Drie woorden die eindigen op ‘einde’ (2 van 3)
  • Charlotte: Vijf meisjesnamen die beginnen met een C (5 van 5)
  • Joshua: Drie dingen die je vindt in een pretpark die beginnen met een S (0 van 3)
  • Rocky: Drie voorwerpen die je vindt op kantoor met een P (3 van 3)
  • Renée: Drie bloemen of planten die beginnen met een M (2 van 3)
  • Marije: Vier voorwerpen die je in de keuken vindt die beginnen met een S (?)

Lakshmi:

  • Renée: Drie kledingstukken die beginnen met een J (3 van 3)
  • Joshua: Drie fruitsoorten die beginnen met een A (3 van 3)
  • Joshua: Drie films die beginnen met een A (0 van 3)
  • Charlotte: Vier lichaamsdelen met een N (2 van 4)
  • Renée: Vier landen die beginnen met een N (3 van 4)
  • Charlotte: Drie voorwerpen die je meeneemt op vakantie met een K (3 van 3)
  • Marije: Drie kleuren die beginnen met een B (3 van 3)

Splinter:

  • Marije: Vier kledingstukken die beginnen met een S (1 van 4)
  • Renée: Drie kleuren die beginnen met een G (2 van 3)
  • Joshua: Vijf woorden met ‘goed’ erin (3 van 5)
  • Charlotte: Drie dingen die je in je huiskamer vindt die beginnen met een G (2 van 3)
  • Joshua: Drie kinderboerderij-dieren die beginnen met een K (2 van 3)